DOC / ADR-2026 / WEGVERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN NASLAGWERK — GEEN VERVANGING VAN DE ADR-TEKST
ADR KLASSE 5
5

Oxiderende stoffen en organische peroxiden

Twee subklassen die weinig met elkaar gemeen hebben behalve de plek in het schema: 5.1-stoffen versterken de brand van andere materialen door zuurstof af te geven, 5.2-stoffen zijn zelf instabiel en vragen vaak om temperatuurbewaking gedurende het volledige transport.

Wat valt onder klasse 5

Klasse 5 bestaat uit twee subklassen die een gemeenschappelijk kenmerk delen — beide kunnen een brand verergeren of veroorzaken zonder zelf per se brandbaar te zijn in de klassieke zin — maar die verder een eigen risicoprofiel hebben. 5.1-stoffen zijn oxiderende stoffen: ze geven bij ontleding zuurstof af en versterken daardoor de verbranding van materiaal waarmee ze in contact komen, ook materiaal dat op zichzelf niet snel zou branden. 5.2-stoffen zijn organische peroxiden: chemisch instabiele verbindingen die kunnen ontleden onder ontwikkeling van warmte, en die daardoor risico's met zich meebrengen die dichter bij zelfontledende stoffen liggen dan bij klassieke oxidatoren.

Klasse 5.1 — Oxiderende stoffen

Waterstofperoxide-oplossingen, doorgaans ingedeeld rond de UN-nummers UN2014 en UN2015 afhankelijk van de concentratie, zijn een veelvoorkomend voorbeeld van klasse 5.1 in het reguliere wegvervoer. Hoe hoger de concentratie, hoe groter het vermogen om verbranding van ander materiaal te versterken en hoe strikter de verpakkings- en scheidingseisen. Een tweede, in de agrarische logistiek relevant voorbeeld zijn ammoniumnitraathoudende meststoffen, ingedeeld rond UN2067: op zichzelf een relatief stabiel product, maar door de oxiderende werking ongeschikt om samen met brandbaar materiaal te vervoeren of op te slaan. Het kenmerkende gevaar van 5.1-stoffen is dat ze een brand kunnen voeden die zonder hun aanwezigheid vanzelf zou doven, of een kleine brand in korte tijd kunnen doen escaleren.

Klasse 5.2 — Organische peroxiden

Organische peroxiden vormen een brede en chemisch diverse groep, ondergebracht in een reeks UN-nummers die grofweg tussen UN3101 en UN3120 ligt. Het exacte nummer hangt af van het type peroxide, de concentratie en of er een verdunningsmiddel is toegevoegd — raadpleeg voor een specifieke stof altijd de actuele tabel A in plaats van op een vast nummer te vertrouwen. Wat deze stoffen onderscheidt van klasse 5.1 is de eigen instabiliteit: organische peroxiden kunnen exotherm ontleden, met een reactiesnelheid die toeneemt bij hogere temperatuur. Bij een deel van de peroxiden loopt die gevoeligheid zo hoog op dat vervoer alleen is toegestaan binnen een voorgeschreven temperatuurband.

Controletemperatuur en noodtemperatuur

Voor temperatuurgevoelige organische peroxiden schrijft de classificatie een controletemperatuur voor: de maximale temperatuur waarbij de stof tijdens het gehele transport gehouden moet worden. Daarboven geldt een noodtemperatuur, het punt waarop actie ondernomen moet worden om verdere temperatuurstijging te voorkomen. Beide waarden zijn stofspecifiek en staan vermeld bij de classificatiegegevens van de zending. Bewaking van deze temperatuur is geen formaliteit: overschrijding kan leiden tot een oncontroleerbare exotherme reactie, ook als de stof in een op het oog intacte verpakking zit.

Temperatuurbewaking niet onderbreken

Zodra een organisch peroxide met een voorgeschreven controletemperatuur onderweg is, moet die temperatuur ononderbroken bewaakt en zo nodig actief gekoeld worden — ook tijdens een pauze, een wachttijd bij de laadklep of een storing aan het koelsysteem. Een korte onderbreking van de koeling kan de temperatuur van de lading blijvend boven de veilige grens brengen, ook als de koeling daarna weer wordt hersteld.

Etikettering

SubklasseEtiketBetekenis
5.1Geel, vlam boven cirkelOxiderende stof
5.2Rood-geel, vlamsymboolOrganisch peroxide

Stuwage en samenlading

Voor 5.1-stoffen geldt als uitgangspunt dat ze niet samen geladen worden met brandbare stoffen of met reductoren — stoffen die zelf makkelijk oxideren en zo de reactie van de oxidator versnellen. Ook indirect contact via een lekkend colli moet uitgesloten worden, omdat een 5.1-stof de brandbaarheid van omliggend materiaal verhoogt zonder zelf te hoeven ontbranden. Voor 5.2-stoffen met een temperatuureis geldt aanvullend dat het voertuig over een werkende koelvoorziening moet beschikken die ook tijdens onderweg stilstand — bijvoorbeeld bij een wegcontrole of een pauze — actief blijft. Zie de verpakkingsgroepen voor hoe de mate van gevaar van een 5.1- of 5.2-stof doorwerkt in de toegestane verpakkingskwaliteit.

Verpakkingsgroepen bij oxiderende stoffen

De verpakkingsgroep van een 5.1-stof volgt uit de mate waarin de stof de verbrandingssnelheid van een testmengsel versnelt: hoe sterker dat effect, hoe lager — en dus zwaarder — de toegewezen verpakkingsgroep. Een sterke oxidator in verpakkingsgroep I vraagt om een aanzienlijk robuustere verpakking dan een mild oxiderend product in verpakkingsgroep III, ook wanneer beide onder dezelfde UN-omschrijving vallen. Voor organische peroxiden in 5.2 geldt geen indeling in de klassieke verpakkingsgroepen I, II en III; deze stoffen kennen een eigen typeaanduiding die samenhangt met de toegestane hoeveelheid per collo en de vereiste temperatuurbeheersing.

Documentatie en noodprocedure bij organische peroxiden

Voor 5.2-stoffen met een voorgeschreven controletemperatuur staat die temperatuur, samen met de noodtemperatuur, expliciet vermeld op het vervoersdocument naast de reguliere gegevens als UN-nummer en verpakkingsgroep. De schriftelijke instructies aan boord bevatten voor deze stoffen een aanvullend onderdeel: de te volgen procedure zodra de noodtemperatuur wordt benaderd of overschreden, inclusief de vraag of de lading gelost mag worden op de huidige locatie of eerst naar een veilige plek vervoerd moet worden. Chauffeurs die met temperatuurgevoelige 5.2-ladingen rijden, dienen deze procedure te kennen voordat het transport start, niet pas op het moment dat een alarm afgaat.

Beperkte hoeveelheden en vrijstellingen

Net als bij andere klassen kunnen kleine hoeveelheden 5.1- of 5.2-stoffen onder een vrijstellingsregeling vallen, waarbij een lichter documentatie- en verpakkingsregime geldt dan bij het volledige transport. Voor 5.2-stoffen met een temperatuureis ligt die ruimte doorgaans kleiner dan bij andere stofgroepen: ook een kleine hoeveelheid instabiel organisch peroxide kan bij verkeerde temperatuur nog steeds ontleden. Wie overweegt een zending onder de vrijstellingsgrens aan te bieden, controleert daarom niet alleen de hoeveelheid maar ook of de specifieke stof binnen 5.2 überhaupt voor een lichter regime in aanmerking komt. Zie de pagina over vrijstellingen voor de rekenmethode die voor kleine hoeveelheden gevaarlijke stoffen geldt.

Verantwoordelijkheid tijdens de rit

Bij een temperatuurgevoelige 5.2-lading verschuift een deel van de verantwoordelijkheid van de verlader naar de chauffeur zodra het voertuig vertrekt: die moet gedurende de gehele rit kunnen vaststellen of de koeling naar behoren functioneert en weten wanneer ingrijpen nodig is. Voor 5.1-stoffen ligt het zwaartepunt eerder bij de laadfase, waar de scheiding ten opzichte van brandbaar materiaal en reductoren wordt vastgelegd en waar een fout achteraf moeilijker te herstellen is dan tijdens het rijden zelf. Beide subklassen vragen dus om aandacht op een ander moment in het proces, wat bij gecombineerde training van personeel gemakkelijk over het hoofd wordt gezien.

Veelgemaakte fouten

  • Een oxiderende stof samen laden met brandbaar materiaal of met een reductor, ook als beide op zichzelf correct verpakt zijn.
  • De temperatuurbewaking van een organisch peroxide onderbreken tijdens een korte stop of pauze.
  • Geen werkende koelvoorziening beschikbaar hebben voor het geval het voertuig onderweg langere tijd stilstaat.
  • Uitgaan van een vast UN-nummer voor een organisch peroxide zonder de concentratie en het verdunningsmiddel te verifiëren.
  • Een 5.1-meststof in dezelfde ruimte opslaan als brandbare verpakkingsmaterialen, zoals pallets of karton in grote hoeveelheid.
VRAGEN OVER KLASSE 5

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen 5.1 en 5.2?

5.1-stoffen geven zuurstof af en versterken daarmee de brand van ander materiaal, zonder per se zelf instabiel te zijn. 5.2-stoffen, organische peroxiden, zijn zelf chemisch instabiel en kunnen exotherm ontleden, soms met een voorgeschreven controletemperatuur tot gevolg.

Waarom moeten sommige organische peroxiden gekoeld vervoerd worden?

Bepaalde organische peroxiden ontleden sneller naarmate de temperatuur stijgt. Om een oncontroleerbare reactie te voorkomen, geldt voor die stoffen een controletemperatuur die tijdens het gehele transport niet overschreden mag worden.

Wat gebeurt er als de noodtemperatuur wordt bereikt?

De noodtemperatuur is het punt waarop actie ondernomen moet worden om verdere opwarming te stoppen, zoals extra koeling of het lossen van de lading op een veilige locatie. De exacte procedure staat in de schriftelijke instructies en de classificatiegegevens van de specifieke stof.

Mag een oxiderende stof samen met brandstof vervoerd worden?

Nee, oxiderende stoffen worden principieel gescheiden gehouden van brandbare stoffen en reductoren, omdat de combinatie het brandrisico van beide aanzienlijk verhoogt.

Is elk waterstofperoxideproduct klasse 5.1?

Niet elke concentratie waterstofperoxide valt onder het volledige ADR-regime; bij lage concentraties kan een vrijstelling gelden. Raadpleeg voor de exacte grens en het toepasselijke UN-nummer de actuele classificatietabel.

Waarom staat het exacte UN-nummer van organische peroxiden niet vast op deze pagina?

Organische peroxiden vormen een brede stofgroep waarbinnen het UN-nummer afhangt van het type peroxide, de concentratie en eventuele verdunningsmiddelen. Een onjuist nummer is risicovoller dan geen nummer, vandaar de verwijzing naar de actuele tabel A.