Het algemene principe
De verpakkingsgroep geeft de mate van gevaar binnen een gevarenklasse aan, los van welk gevaarstype het betreft. Groep I staat voor hoog gevaar, groep II voor gemiddeld gevaar en groep III voor laag gevaar. Twee stoffen in dezelfde klasse — bijvoorbeeld twee brandbare vloeistoffen in klasse 3 — kunnen dus een heel verschillend verpakkingsregime hebben, puur op basis van hun verpakkingsgroep.
| Groep | Gevaarsniveau |
|---|---|
| PG I | Hoog gevaar |
| PG II | Gemiddeld gevaar |
| PG III | Laag gevaar |
Wat "gevaar" precies betekent, verschilt per klasse. Bij klasse 8 gaat het om de tijd die nodig is om huidweefsel aan te tasten; bij brandbare vloeistoffen gaat het onder meer om het vlampunt en het kookpunt. De verpakkingsgroep is dus een relatieve maatstaf binnen de eigen klasse, geen absolute schaal die klassen onderling vergelijkbaar maakt.
Welke klassen kennen geen verpakkingsgroep
Een veelgemaakte aanname is dat elke ADR-klasse met een verpakkingsgroep werkt. Dat is niet zo. Drie klassen hebben een eigen systeem in plaats van PG I/II/III:
- Klasse 1 — ontplofbare stoffen werkt met compatibiliteitsgroepen (letters die aangeven welke stoffen samen vervoerd mogen worden), niet met een verpakkingsgroep.
- Klasse 2 — gassen kent geen verpakkingsgroep-systeem; de indeling gebeurt op basis van het type gas (brandbaar, niet-brandbaar, giftig) en de wijze van drukopslag.
- Klasse 7 — radioactieve stoffen gebruikt een eigen colli-typering (onder meer type A, type B) in plaats van een verpakkingsgroep.
De overige klassen — 3, 4, 5, 6, 8 en 9 — werken wel met het systeem van verpakkingsgroep I, II en III. Bij het raadplegen van de tabel A voor een specifieke stof is het dus zaak eerst te kijken of de klasse van die stof überhaupt een verpakkingsgroep kent, voordat het ontbreken ervan als fout wordt aangemerkt.
Gevolgen van de verpakkingsgroep
De toegekende verpakkingsgroep werkt op twee manieren door in de praktijk.
Verpakkingstype
De groep bepaalt welk UN-goedgekeurd verpakkingstype toegestaan is. Elk verpakkingstype heeft een UN-verpakkingscode met een bijbehorende testdruk en valproefhoogte, en die eisen worden strenger naarmate de verpakkingsgroep zwaarder is. Een vat dat goedgekeurd is voor groep II volstaat niet automatisch voor een stof in groep I van dezelfde klasse — de verpakking moet expliciet getest en gecertificeerd zijn voor de zwaarste groep waarin hij wordt ingezet.
Vrijstellingsberekening
De verpakkingsgroep telt mee in de zogeheten 1000-puntenregeling, de rekenmethode waarmee bepaald wordt of een kleine gecombineerde lading onder een vrijstelling van het volledige ADR-regime valt. Zie vrijstellingen voor de volledige uitwerking. Het punt hier is dat een stof in verpakkingsgroep I zwaarder meetelt in die berekening dan dezelfde hoeveelheid van een stof in verpakkingsgroep III — het gevaar van de stof werkt dus direct door in hoeveel ervan vervoerd mag worden zonder het volledige regime.
Waarom dit systeem los staat van de klasse-indeling
De klasse-indeling en de verpakkingsgroep-indeling beantwoorden elk een andere vraag. De klasse beantwoordt de vraag "welk type gevaar heeft deze stof": brandbaar, bijtend, giftig, en zo verder. De verpakkingsgroep beantwoordt de vraag "hoe snel en hoe ernstig treedt dat gevaar op". Dat onderscheid is nodig omdat binnen één klasse de spreiding groot kan zijn: een brandbare vloeistof met een zeer laag vlampunt vraagt een andere behandeling dan een brandbare vloeistof die pas bij een veel hogere temperatuur ontbrandt, terwijl beide onder dezelfde klasse 3 vallen. Door de twee indelingen los van elkaar te houden, blijft de classificatie preciezer dan wanneer klasse alleen al het volledige risicoprofiel zou moeten dekken.
Veelgemaakte fouten
- Verpakkingsgroep verwarren met gevarenklasse. "Groep I" zegt niets over welk soort gevaar een stof heeft, alleen over de ernst ervan binnen de eigen klasse. Een groep I-stof in klasse 8 en een groep I-stof in klasse 3 hebben niets gemeenschappelijk behalve het label "hoog gevaar binnen de eigen klasse".
- De verpakkingsgroep van het hoofdbestanddeel gebruiken bij een mengsel. Een mengsel kan een lager vlampunt, een kortere inwerkingstijd of een ander gevaarlijker kenmerk hebben dan de zuivere hoofdstof. De verpakkingsgroep moet op het mengsel als geheel worden vastgesteld, niet worden overgenomen van één bestanddeel.
- Aannemen dat elke klasse een verpakkingsgroep heeft. Klasse 1, 2 en 7 werken met een eigen systeem; het ontbreken van een PG-vermelding bij die klassen is geen fout maar de norm.
Praktijkpunt
Controleer bij een mengsel altijd het veiligheidsinformatieblad op de daadwerkelijke classificatietest van het mengsel, niet alleen op de eigenschappen van de genoemde hoofdstof.
Voor de klassen waarbinnen verpakkingsgroepen het meest voorkomen in de praktijk, zie klasse 8 en de andere pagina's onder alle negen klassen.