DOC / ADR-2026 / WEGVERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN NASLAGWERK — GEEN VERVANGING VAN DE ADR-TEKST
ADR — VERPAKKING

Verpakkingsgroep I, II en III

De verpakkingsgroep zegt niets over de klasse van een stof, maar alles over de ernst van het gevaar binnen die klasse. Niet elke klasse kent dit systeem, en de groep telt door in zowel het verpakkingstype als de vrijstellingsberekening.

Het algemene principe

De verpakkingsgroep geeft de mate van gevaar binnen een gevarenklasse aan, los van welk gevaarstype het betreft. Groep I staat voor hoog gevaar, groep II voor gemiddeld gevaar en groep III voor laag gevaar. Twee stoffen in dezelfde klasse — bijvoorbeeld twee brandbare vloeistoffen in klasse 3 — kunnen dus een heel verschillend verpakkingsregime hebben, puur op basis van hun verpakkingsgroep.

GroepGevaarsniveau
PG IHoog gevaar
PG IIGemiddeld gevaar
PG IIILaag gevaar

Wat "gevaar" precies betekent, verschilt per klasse. Bij klasse 8 gaat het om de tijd die nodig is om huidweefsel aan te tasten; bij brandbare vloeistoffen gaat het onder meer om het vlampunt en het kookpunt. De verpakkingsgroep is dus een relatieve maatstaf binnen de eigen klasse, geen absolute schaal die klassen onderling vergelijkbaar maakt.

Welke klassen kennen geen verpakkingsgroep

Een veelgemaakte aanname is dat elke ADR-klasse met een verpakkingsgroep werkt. Dat is niet zo. Drie klassen hebben een eigen systeem in plaats van PG I/II/III:

  • Klasse 1 — ontplofbare stoffen werkt met compatibiliteitsgroepen (letters die aangeven welke stoffen samen vervoerd mogen worden), niet met een verpakkingsgroep.
  • Klasse 2 — gassen kent geen verpakkingsgroep-systeem; de indeling gebeurt op basis van het type gas (brandbaar, niet-brandbaar, giftig) en de wijze van drukopslag.
  • Klasse 7 — radioactieve stoffen gebruikt een eigen colli-typering (onder meer type A, type B) in plaats van een verpakkingsgroep.

De overige klassen — 3, 4, 5, 6, 8 en 9 — werken wel met het systeem van verpakkingsgroep I, II en III. Bij het raadplegen van de tabel A voor een specifieke stof is het dus zaak eerst te kijken of de klasse van die stof überhaupt een verpakkingsgroep kent, voordat het ontbreken ervan als fout wordt aangemerkt.

Gevolgen van de verpakkingsgroep

De toegekende verpakkingsgroep werkt op twee manieren door in de praktijk.

Verpakkingstype

De groep bepaalt welk UN-goedgekeurd verpakkingstype toegestaan is. Elk verpakkingstype heeft een UN-verpakkingscode met een bijbehorende testdruk en valproefhoogte, en die eisen worden strenger naarmate de verpakkingsgroep zwaarder is. Een vat dat goedgekeurd is voor groep II volstaat niet automatisch voor een stof in groep I van dezelfde klasse — de verpakking moet expliciet getest en gecertificeerd zijn voor de zwaarste groep waarin hij wordt ingezet.

Vrijstellingsberekening

De verpakkingsgroep telt mee in de zogeheten 1000-puntenregeling, de rekenmethode waarmee bepaald wordt of een kleine gecombineerde lading onder een vrijstelling van het volledige ADR-regime valt. Zie vrijstellingen voor de volledige uitwerking. Het punt hier is dat een stof in verpakkingsgroep I zwaarder meetelt in die berekening dan dezelfde hoeveelheid van een stof in verpakkingsgroep III — het gevaar van de stof werkt dus direct door in hoeveel ervan vervoerd mag worden zonder het volledige regime.

Waarom dit systeem los staat van de klasse-indeling

De klasse-indeling en de verpakkingsgroep-indeling beantwoorden elk een andere vraag. De klasse beantwoordt de vraag "welk type gevaar heeft deze stof": brandbaar, bijtend, giftig, en zo verder. De verpakkingsgroep beantwoordt de vraag "hoe snel en hoe ernstig treedt dat gevaar op". Dat onderscheid is nodig omdat binnen één klasse de spreiding groot kan zijn: een brandbare vloeistof met een zeer laag vlampunt vraagt een andere behandeling dan een brandbare vloeistof die pas bij een veel hogere temperatuur ontbrandt, terwijl beide onder dezelfde klasse 3 vallen. Door de twee indelingen los van elkaar te houden, blijft de classificatie preciezer dan wanneer klasse alleen al het volledige risicoprofiel zou moeten dekken.

Veelgemaakte fouten

  • Verpakkingsgroep verwarren met gevarenklasse. "Groep I" zegt niets over welk soort gevaar een stof heeft, alleen over de ernst ervan binnen de eigen klasse. Een groep I-stof in klasse 8 en een groep I-stof in klasse 3 hebben niets gemeenschappelijk behalve het label "hoog gevaar binnen de eigen klasse".
  • De verpakkingsgroep van het hoofdbestanddeel gebruiken bij een mengsel. Een mengsel kan een lager vlampunt, een kortere inwerkingstijd of een ander gevaarlijker kenmerk hebben dan de zuivere hoofdstof. De verpakkingsgroep moet op het mengsel als geheel worden vastgesteld, niet worden overgenomen van één bestanddeel.
  • Aannemen dat elke klasse een verpakkingsgroep heeft. Klasse 1, 2 en 7 werken met een eigen systeem; het ontbreken van een PG-vermelding bij die klassen is geen fout maar de norm.

Praktijkpunt

Controleer bij een mengsel altijd het veiligheidsinformatieblad op de daadwerkelijke classificatietest van het mengsel, niet alleen op de eigenschappen van de genoemde hoofdstof.

Voor de klassen waarbinnen verpakkingsgroepen het meest voorkomen in de praktijk, zie klasse 8 en de andere pagina's onder alle negen klassen.

VRAGEN

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een gevarenklasse en een verpakkingsgroep?

De gevarenklasse (1 tot en met 9) geeft aan welk soort gevaar een stof heeft: brandbaar, giftig, bijtend, en zo verder. De verpakkingsgroep geeft aan hoe ernstig dat gevaar is binnen die klasse. Beide vermeldingen zijn nodig en zeggen iets anders.

Welke klassen hebben geen verpakkingsgroep?

Klasse 1 (ontplofbare stoffen) werkt met compatibiliteitsgroepen, klasse 2 (gassen) kent geen verpakkingsgroep-systeem, en klasse 7 (radioactieve stoffen) gebruikt een eigen colli-typering. De overige klassen — 3, 4, 5, 6, 8 en 9 — werken wel met PG I, II en III.

Bepaalt de verpakkingsgroep welk vat of welke verpakking ik mag gebruiken?

Ja. Elk UN-goedgekeurd verpakkingstype heeft een testdruk en valproefhoogte die strenger zijn naarmate de verpakkingsgroep zwaarder is. Een verpakking moet expliciet getest zijn voor de groep waarin hij wordt ingezet.

Telt de verpakkingsgroep mee bij het bepalen van een vrijstelling?

Ja, in de 1000-puntenregeling telt een stof in verpakkingsgroep I zwaarder mee dan dezelfde hoeveelheid in verpakkingsgroep III. Zie de pagina over vrijstellingen voor de volledige rekenmethode.

Welke verpakkingsgroep geldt voor een mengsel van stoffen?

De groep moet op het mengsel als geheel worden vastgesteld, op basis van de daadwerkelijke classificatietest, niet automatisch overgenomen worden van het hoofdbestanddeel. Een mengsel kan gevaarlijker zijn dan de zuivere hoofdstof.