DOC / ADR-2026 / WEGVERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN NASLAGWERK — GEEN VERVANGING VAN DE ADR-TEKST
KLASSE 1 — VERZWAARD REGIME
1

Ontplofbare stoffen

Stoffen en voorwerpen die door een chemische reactie in staat zijn gas te ontwikkelen met een temperatuur, druk en snelheid die schade in de omgeving veroorzaakt. Klasse 1 kent een eigen, uitgebreider classificatiesysteem dan de andere acht klassen en valt onder het verzwaarde regime van dit naslagwerk.

Divisies 1.1 tot en met 1.6

Binnen klasse 1 wordt niet met een verpakkingsgroep gewerkt, maar met zes divisies die het type explosiegevaar aanduiden. Divisie 1.1 omvat stoffen en voorwerpen met massa-explosiegevaar: de hele lading kan in één keer detoneren. Divisie 1.2 betreft scherfwerking en wegslingering van delen, zonder dat sprake is van massa-explosie. Divisie 1.3 staat voor brandgevaar met een beperkt explosie- of scherfgevaar. Divisie 1.4 omvat stoffen en voorwerpen met een gering gevaar, waarbij een eventuele ontsteking beperkt blijft tot de verpakking. Divisie 1.5 betreft zeer ongevoelige stoffen die wel massa-explosiegevaar kennen, maar een verwaarloosbare kans op ontsteking of overgang van brand naar explosie hebben onder normale vervoersomstandigheden. Divisie 1.6 ten slotte omvat extreem ongevoelige voorwerpen zonder massa-explosiegevaar.

Het onderscheid tussen deze divisies bepaalt in belangrijke mate hoeveel er samen vervoerd mag worden en onder welke voorwaarden. Een lading in divisie 1.1 vraagt aanzienlijk strengere voorzorgsmaatregelen dan een lading in divisie 1.4, ook al vallen beide onder dezelfde hoofdklasse.

Compatibiliteitsgroepen

Naast de divisie krijgt elke explosieve stof of elk explosief voorwerp een compatibiliteitsgroep: een letter van A tot en met S die aangeeft welke explosieve stoffen onderling samen geladen mogen worden zonder verhoogd risico. De divisie en de compatibiliteitsgroep worden samen genoteerd, bijvoorbeeld als "1.1D" of "1.4S". Dit is een apart systeem, los van de verpakkingsgroep die bij andere klassen wordt gebruikt — klasse 1 kent zoals hieronder toegelicht geen verpakkingsgroep I, II of III. De compatibiliteitsgroep bepaalt in combinatie met de samenladingstabel of twee verschillende explosieve producten in dezelfde transporteenheid mogen.

Geen verpakkingsgroep

Klasse 1 kent, net als klasse 2 en klasse 7, geen indeling in verpakkingsgroep I, II of III. Op het vervoersdocument staat bij klasse 1 dan ook geen verpakkingsgroep vermeld — in plaats daarvan staan de divisie en de compatibiliteitsgroep genoteerd. Het toch invullen van een verpakkingsgroep is een van de meest voorkomende fouten bij deze klasse.

Typische stoffen en UN-nummers

Vuurwerk valt, afhankelijk van de divisie, onder een reeks UN-nummers rond UN0335 (vuurwerk, divisie 1.3G) en omliggende nummers voor andere divisies binnen dezelfde productgroep — de exacte toewijzing hangt af van de testclassificatie van de specifieke partij en dient te worden geraadpleegd in Tabel A of bij de fabrikant. Munitie en patronen zijn eveneens veelvoorkomende ladingen binnen klasse 1, met UN-nummers als UN0012 (patronen, inert projectiel of hagelpatronen) en UN0339 (patronen voor wapens, met inerte lading); ook hier geldt dat het exacte UN-nummer afhangt van het type munitie en de samenstelling. Buskruit en zwart poeder vervoerd als losse stof vallen doorgaans onder UN0027. Voor elk concreet UN-nummer geldt: raadpleeg Tabel A van de actuele ADR-tekst of het veiligheidsinformatieblad van de specifieke partij voordat een zending wordt samengesteld.

Etiket

Het etiket voor klasse 1 is een oranje ruit met een pictogram van een exploderende bom. Op of naast het etiket wordt de divisie en de compatibiliteitsgroep vermeld, in de onderste helft van de ruit — bijvoorbeeld "1.4" met de letter "S" eronder. Deze aanvullende vermelding is specifiek voor klasse 1 en komt bij geen van de andere acht klassen op dezelfde manier voor.

Bijzondere bepalingen

Voor grotere hoeveelheden explosieve stoffen zijn speciaal gekeurde voertuigen vereist, aangeduid als EX/II of EX/III naargelang de toegestane hoeveelheid en het beveiligingsniveau van het voertuig. Deze voertuigen voldoen aan aanvullende eisen op het gebied van brandpreventie, elektrische installatie en beveiliging tegen ongeautoriseerde toegang. De chauffeur heeft naast het ADR-basiscertificaat een specifieke specialisatie voor klasse 1 nodig, te behalen via een aanvullend examen. Scheidingsvoorschriften voor klasse 1 zijn strikter dan bij de meeste andere klassen: naast de reguliere samenladingstabel gelden binnen de klasse zelf ook nog beperkingen op basis van de compatibiliteitsgroep, en gelden er in een aantal landen aanvullende routebeperkingen voor transporten met een hoog explosiegevaar.

Een aanvullend gegeven dat bij klasse 1 een rol speelt, is de netto explosieve massa: het totale gewicht aan explosieve stof in de lading, exclusief verpakking, ontsteker en niet-explosieve onderdelen van een voorwerp. Deze massa wordt gebruikt bij het berekenen of een lading binnen de toegestane hoeveelheid voor een bepaald voertuigtype of een bepaalde route blijft, en staat los van het brutogewicht van de zending zoals dat op een standaard vrachtbrief zou worden vermeld. Voor voorwerpen zoals munitie, waar de explosieve lading slechts een deel van het totale gewicht vormt, is dit onderscheid essentieel om de juiste berekening te maken.

Vervoer in de praktijk

Voor het laden en lossen van explosieve stoffen gelden aanvullende voorzorgsmaatregelen die verder gaan dan bij de meeste andere klassen: geen open vuur of roken in de directe omgeving, beperking van elektrostatische oplading tijdens het lossen, en in een aantal gevallen een minimale afstand tot bebouwing of andere voertuigen tijdens stilstand. Voor bepaalde routes en tijdvensters kunnen aanvullende beperkingen gelden, bijvoorbeeld rond tunnels met een tunnelcategorie die transport van klasse 1-stoffen beperkt of uitsluit. De tunnelcategorie staat aangegeven bij de tunnel zelf en moet vooraf in de routeplanning worden meegenomen, niet pas bij de slagboom.

Het ADR-certificaat van de chauffeur, inclusief de specialisatie voor klasse 1, is vijf jaar geldig en moet voor het verlopen van die termijn worden verlengd via een hercertificeringscursus. Een chauffeur die met een verlopen certificaat wordt aangetroffen, staat gelijk aan een chauffeur zonder certificaat — de lading wordt in dat geval als niet-conform vervoerd beschouwd, ongeacht de rest van de documentatie.

Opslag en wachttijd vóór laden

Voertuigen met klasse 1-lading worden bij voorkeur direct na het laden weggereden en niet langdurig onbeheerd geparkeerd, zeker niet in de nabijheid van bebouwing of andere transporteenheden. Bij een noodzakelijke wachttijd, bijvoorbeeld tussen laden bij de ene locatie en lossen bij de andere, gelden aanvullende voorschriften voor bewaking en afstand tot ontstekingsbronnen. Deze voorschriften staan los van de classificatie zelf, maar volgen direct uit de indeling in klasse 1 en worden vaak over het hoofd gezien bij planningen die zich uitsluitend op de rijtijd concentreren.

Veelgemaakte fouten

  • Ten onrechte een verpakkingsgroep (I, II of III) toekennen aan een klasse 1-zending, terwijl dat systeem hier niet van toepassing is.
  • Twee compatibiliteitsgroepen samen laden die volgens de samenladingstabel niet gecombineerd mogen worden, ook al vallen ze onder dezelfde divisie.
  • Een chauffeur inzetten met alleen het ADR-basiscertificaat, zonder de vereiste specialisatie voor klasse 1.
  • De divisie en compatibiliteitsgroep niet of onjuist vermelden op het vervoersdocument, waardoor de zending niet te herleiden is tot de juiste voorschriften.

Zie voor de volledige, voorgeschreven volgorde van gegevens op het vervoersdocument de pagina over het vervoersdocument. Voor het bredere classificatiesysteem en de overige acht klassen, zie het overzicht van de negen ADR-klassen.

Verwante pagina's

VRAGEN

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een divisie en een compatibiliteitsgroep?

De divisie (1.1 t/m 1.6) geeft het type explosiegevaar aan. De compatibiliteitsgroep (een letter A t/m S) geeft aan welke explosieve stoffen onderling samen geladen mogen worden. Beide worden samen genoteerd, bijvoorbeeld "1.1D".

Heeft klasse 1 een verpakkingsgroep?

Nee. Klasse 1 kent, net als klasse 2 en klasse 7, geen indeling in verpakkingsgroep I, II of III. In plaats daarvan gelden de divisie en de compatibiliteitsgroep.

Welk certificaat heeft een chauffeur nodig voor klasse 1?

Naast het ADR-basiscertificaat is een aparte specialisatie voor klasse 1 vereist, te behalen via een aanvullend examen. Zonder die aantekening mag een chauffeur deze lading niet vervoeren.

Wat betekent EX/II en EX/III bij voertuigen?

Dit zijn keuringsaanduidingen voor voertuigen die specifiek zijn goedgekeurd voor het vervoer van grotere hoeveelheden explosieve stoffen, met aanvullende eisen op het gebied van brandpreventie en beveiliging.

Mag vuurwerk samen met andere explosieve stoffen geladen worden?

Dat hangt af van de compatibiliteitsgroepen van de betrokken producten. De samenladingstabel en de compatibiliteitsgroepen samen bepalen of een combinatie is toegestaan — een algemeen "ja" of "nee" is niet te geven zonder de specifieke groepen te kennen.

Waar staat het exacte UN-nummer van een explosieve stof?

In Tabel A van de actuele ADR-tekst, of op het veiligheidsinformatieblad dat de afzender of fabrikant bij de partij levert. Omdat UN-nummers binnen klasse 1 sterk kunnen verschillen per samenstelling en divisie, raadt dit naslagwerk aan om bij twijfel altijd de brondocumentatie te checken.